Ten huize van… Jozef Wille

tekst: Marnix Pruvoost

Deze keer zijn we te gast bij Jozef Wille. Reden van ons bezoek is simpel: Jozef stapte de voorbije maand op tram 9.

Jozef, hoe breng jij je dagen door in coronatijden ?
Ja ventje, wat doet een mens ? Eerst en vooral doen wat men zegt en binnenblijven en zeker niet de slimste willen zijn. Niet dat ik me afsluit van de wereld, nee, ik ben geen kluizenaar dat niet, maar als ik niet expliciet naar buiten moet doe ik het niet. De boodschappen, daar zorgen de kinderen of kleinkinderen voor. Jaja, ’t is een raar spel en ’t kan iedereen overkomen. Ge moet u geen zorgen maken hoor, ik kan mijn dag goed doorbrengen. In de lochting is ’t er altijd werk, tenminste als je het wil zien en dan heb ik ook nog mijn gazette. Die lees ik van voor naar achter en ik zou zelfs ne keer durven weerkeren ook. Een kaartspel ligt er ook altijd op de hoek van de tafel, dat is ook één van mijn favoriete tijdverdrijven. Ik ga niet stoefen maar ik kan het spel nog altijd aandachtig en goed volgen en zolang dat nog gaat, gaan we er mee door. Weet je waar ik me ook nog mee kan bezig houden ? Met het bakken van taarten. Jaja, daar draai ik mijn hand niet voor om. Of het nu een confituurke of een gâteau moet zijn, dat tover ik, uit mijn oven.

Jozef, het sociale leven heeft je ook niet onbewogen gelaten ?
Hoe zeggen ze het…? ‘k Ben altijd gaarne bij de mensen geweest. Laat me ne keer nadenken, ik heb deel uitgemaakt van de missiefeesten, Biestkermis en de ponyfeesten ja, dat zal het zoal zijn. Versta mij niet mis, ik stond altijd aan de kant van de werkers. Want dat is overal hetzelfde, er zijn er die het goe kunnen zeggen en de die zie je niet bij het opstellen en of kuisen van de feestzaal. Och ja, ik zou dat ook nog vergeten zijn maar ‘k heb jarenlang rond geweest met de loten van de Vrienden van Lourdes. Veel schone dagen daaraan beleefd.

Een rasechte Biestenaar ben je niet?
Och ja, ne keer dat je meer dan zestig jaar op de Biest woont, ‘k weet ik niet wanneer dat je dan een echten bent. Neenee, ik begrijp maar al te goed wat je bedoelt. Ik ben van geboorte van Meulebeke, van de Paanders, als je dat kent, en kom uit een nest van vijf zoons. Getrouwd in ’52 en in ’54 zijn we hier in de Kollebloemstraat ingetrokken. Ons gasten ken je wel zeker: Johan, Katrien, Christ en Christa (zie foto).

De naam Wille is voor mij het synoniem voor afsluitingen?
Ja, man, ‘k weet echt niet hoeveel lopende meters ik in mijn leven gezet heb. Ja, dat is eigenlijk nogal raar gelopen. Ik werkte toen bij Douterloigne en zag van dichtbij hoe het allemaal moest verlopen, dat leek aanvankelijk een haalbare kaart en vrij vlug ben ik gestart met een zelfstandig bijberoep.
In het begin maakte ik zenderstenen en cementbuizen. De afsluitingen zijn er maar later bijgekomen, vergeet niet dat toen in het Waregemse alleen al minstens een achttal bedrijven gevestigd waren die zich toelegden op afspanningen. De kinderen zijn later mee in de zaak gestapt en vanaf dan is deze ernstig uitgegroeid. Denk nu niet dat het allemaal rozengeur en maneschijn is, nee nee, je moet blijven investeren. Ik zeg altijd: “Stille staan is achteruitgaan” en geloof me maar op mijn woord, ’t is zo. Op mijn vijfenzestigste heb ik een operatie ondergaan en dan heb ik me wat meer op de achtergrond gehouden. Niet dat ik niet meer op het bedrijf te zien was, maar den druk was minder en daarbij, wat zegt men in de volksmond… “d’oude moeten plaats maken voor de jonge”, niet?

En… is er een verjaardagsfeest voorzien?
Ewel, ja zeker, maar ja ik hoef me daar geen zorgen over maken, de gasten gaan dat wel regelen en dat komt wel dik voor mekaar. Het enige wat ik zal moeten doen is ’t witte hemd aan doen, het haar kammen en mijne portemonnee uithalen en ’t zal er mee gedaan zijn.

Jozef, we gaan stilaan afronden met onze babbel. Verzorg je goed, bedankt voor de ontvangst en het stukje taart en nogmaals gefeliciteerd met je negentigste verjaardag.