Ten huize van… Lucien Wyckhuyse

tekst: EH Luc Goethals en Marnix Pruvoost

Mijne stylo skreept over m’n blad papier. “Ge moet er ne keer op blazen,” zegt onze pastoor, “of is ’t niet beter dat je ne keer op de onderkant van je zool schrijft”, weet de fotograaf van dienst me te vertellen. Neenee, ‘k weet beter, ’t is te lang geleden dat we nog een keer een artikel hebben neergepend voor ’t Biesteneirke, maar allez, voor deze maand zijn we te gast bij Lucien Wuyckhuyse.

Lucien, een geboren en getogen …
Jaja, schrijf het maar voluit, een Biestenaar in hart en ziel. Geboren in de Lebbestraat. Geen school gelopen op de Biest, want die was er nog niet, naar de knechteschole gegaan, de gemeentelijke jongensschool om het verstaanbaar te maken. Tot het achtste studiejaar. Om nog maar eens enige duidelijkheid te scheppen voor onze jongste Biestenaars, wij konden het lager onderwijs volgen tot we veertien jaar waren. Daarna trokken de meeste van mijn medestudenten de fabriek in. Dat was eigenlijk vrij normaal, ik had sjance: ik mocht nog drie jaar verder studeren in de vakskole – het Vrij Technisch Instituut van nu – ik volgde er de afdeling Weven.

Daarna in de bedrijfswereld gestapt ?
Ge moet dat zo schoon niet omschrijven, we moesten gaan werken, zo was dat. Ik ben gestart bij de firma Gernay, in de Olmstraat lag dat bedrijf. ‘k Weet nog dat er tijdens de oorlog er een bom is gedropt op dat bedrijf. Hoelang ik daar gewerkt heb, kan ik me niet meer zo goed herinneren. Weet je, eens er een 9 vooraan op je teller staat, zijn er heel wat zaken die zo aan je voorbij gaan. Nadien heb ik de rest van mijn actieve periode doorgebracht bij de Devos Gebroeders in de Fabriekstraat. Ik was daar doorhaler.

Sorry, maar doorhaler wat moet ik me daar bij voorstellen ?
Ja, man, draden, heel fijne nylondraden doorheen hevels steken, deze zitten op verschillende kaders – schachten in het jargon – deze krijgen dan op de weefmachine een verschillende volgorde van opkomen om zo een bepaalde binding te vormen. ‘k Peis dat dat een goede beschrijving zal zijn.

Sport, meerbepaald voetbal, volg je nog steeds ?
Zeer zeker, alle matchen van den essevee volg ik steevast op de televisie en lees ik alles wat erover geschreven wordt in de krant. Wat wil je als oud-voetballer ? ‘k Moet een jaar of veertien geweest zijn toen ik voor het eerst op een bal trapte bij Sportief. Je moet weten, toen waren er twee clubs in Waregem, we hadden de Sportief, die speelden op het terrein op het Leeuwke en we hadden de Red Star en die hun terrein lag aan het station, aan het begin van de Vijfseweg om juist te zijn. Ik meen me nog te herinneren de derby tussen die twee ploegen waar de gebroeders de Ketele, Dré en Boes, beiden als ploegkapitein de hand dienden te schudden. Nadien is de fusie er gekomen tussen de rood-groenen, sportief en de wit-blauwen van de Red Star tot SV Waregem wat nu Zulte Waregem is.
Mijn plaats in de ploeg was half back, nu heet dat een middenvelder. Getransfereerd naar Tielt en nadien naar Kortrijk, bij de SV. Ben dan ook opnieuw teruggekeerd naar Waregem, waar ik zes jaar jeugdtrainer ben geweest. Veel schone jaren mee beleefd met die jonge gasten.

Volg je de actualiteit?
Om te zeggen dat ik dagelijks het nieuws volg op de TV, nee dat niet maar in de voormiddag lees ik steevast de gehele krant. Als de mobiliteit wat uit blijft moet een mens zich met iets bezighouden. De winterdagen zijn kwade dagen, lang donker. Maar ja, veel wijzer worden we toch niet van onze krant, ze staan hele dagen vol geschreven van Trompet. Mijn mening over die persoon? ‘k Ga het kort formuleren… abnormaal in alle opzichten. Maar ja, dat is de politiek zeker ?

Café De Biest is nu weg …
Eigenlijk is dat een spijtige zaak, voelt aan gelijk dat het herte van de wijk weg is. Maar ja, geen geklaag we moeten vooruit hé, mee met onze tijd zeker, er is niets dat blijft. Vroeger waren heel wat cafés op de Biest: je had de Blompelderie (Lebbestraat), de Barriere (Barakke), de Oude Biest, de Nieuwen Biest, de Legen Biest (lage Biest) en de Hogen Biest. Eigenlijk heette die laatste café den Hoaze. Men zong daar een liedje van. In café den Hoaze, doar est er altijd gang, dat es geen bloaze, ’t zal der geestig zijn, olé olé, en we betoalen genen entré. ’t Moet ongeveer zoiets geweest zijn.

Nog actief bezig in de vinkensport ?
Nee, helemaal niet meer. ‘k Heb er nog twee zitten gewoonweg voor het gezang, we zetten gene meer in de reke. Vroeger was ik nog een verwoede tuinier maar ja, ik heb het al verteld vanaf er een negen op uwen conteur staat ‘k peise dat het beste er af is.

Lucien, om af te sluiten, laten we nog eens ons glas heffen, alvast bedankt voor de babbel en uit naam van ’t Biesteneirke nog vele jaren en een goede gezondheid. Santé !