In memoriam: em. prof. Marc Waelkens (1948-2021)

Marc Waelkens, zijn naam zal altijd onlosmakelijk met Sagalassos verbonden zijn. Een terugblik op een rijk gevulde carrière.
Marc Waelkens werd geboren op de Meirlaen – destijds een landelijk gehucht van de Biest, bezaaid met enkele boerderijtjes in open velden. Zijn ouders baatten er een familiaal stukadoorsbedrijf uit, zijn zus Rosa en schoonbroer Winoc wonen er nog.
Van kindsbeen af was Marc geïnteresseerd in tekenen en stripverhalen. Op 6-jarige leeftijd had hij een Robbedoes gekregen waarin het verhaal verteld werd van Schliemann die Troje ontdekte. Hij zei toen aan zijn vader dat hij later hetzelfde wou doen… en in Turkije.
In het H.-Hartcollege volgde hij Latijn-Wiskunde, ’s avonds studeerde hij er Grieks bij. Als primus perpetuus trok hij in1966 naar de Gentse universiteit. Onder de hoede van prof. Lambrechts (+) bloeide zijn liefde voor opgravingen open. In 1968 ging hij voor het eerst mee naar Pessinus in Turkije. Pas na zijn doctoraatsthesis nam zijn onderzoekscarrière een definitieve wending. Bij het NFWO (Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek) werd hij onderzoeker. Aan de Universiteit van Bonn kreeg hij een mandaat van de Von Humboldt Stiftung wat hem toeliet onderzoekswerk te verrichten op internationaal en intercontinentaal niveau. Zo kwam hij als lector en gastdocent terecht op verschillende universiteiten in de USA, Oxford, Swansea, Duitsland, Italië, Polen, Griekenland en Australië. Terzelfdertijd nam hij deel aan opgravingen in Griekenland, Syrië, Egypte en Turkije. Zijn grote interesses waren marmer, sarcofagen, munten en gebruiksvoorwerpen. Hij werd wereldbekend. In 1984 stapt hij over van de Gentse naar de Leuvense universiteit waar hij één jaar later voorzitter werd van de onderzoeksraad. In 1988 was hij mede-oprichter en co-voorzitter van Asmosia (een groep van 200 archeologen, geologen en geochimisten).
Van 1986 tot 1989 nam hij deel aan een project van de Engelse prof Steve Mitchell (een wereldautoriteit) die werkte voor het British Institute in Ankara. Het project had tot doel de zichtbare antieke overblijfselen in Pisidië (deel van het Taurusgebergte) te registreren. Wat ze toen op een vroege morgen aantroffen was onvoorstelbaar: stratenpatronen, scherven, munten en stukken van beelden. De site was totaal ongerept, lag ook hoog in de bergen. De verlaten stad lag bedolven onder hopen erosiepuin. Wegen waren er niet, met uitzondering van een breed wandelpad dat later aangepast werd.
In 1990 bekwam Marc de persoonlijke toelating van de Turkse regering om grootschalige opgravingen te starten in een gebied van 1200 km². Het werd het eerste Methusalemproject met multidisciplinaire boringen, graafwerken, bewaringsmethodes en hersteltechnieken. Voor Marc werd geld zoeken een enorme opdracht. Met succes werden banken, verzekeraars en welstellende families aangesproken, zelf gaf hij ca 800 lezingen in Vlaanderen; iedere zomer moesten immers 150 specialisten te velde worden gevoed en onderhouden, zelfs zijn eigen centen legde hij bij. Later zei hij “Werken was nooit een karwei voor mij “ .
Voor de academische loopbaan is dit blaadje helaas te klein. Verleden jaar werd in Turkije een 140 pagina’s tellend boekje uitgegeven met alle studies, diploma’s, vereremerkingen, titels en werken van Marc. De door hem meest gewaardeerde onderscheidingen waren de Solvayprijs in 2000 (5-jaarlijkse staatsprijs) als hoogste beloning voor wetenschappelijk onderzoek, prijs uitgereikt door de Koning; in 2002: Ustin Hizmet Madalyasi, hoogste onderscheiding voor cultureel werk, uitgereikt door de Turkse President; in 2006: ereburger van de stad Waregem; in 2008: eredoctoraat aan de universiteit van Burdur; in 2009: verheffing in de adelstand door Koning Albert II; in 2012: ereburger van de stad Burdur en in hetzelfde jaar de 5-jaarlijkse staatsprijs voor cultuur uitgereikt door de Turkse President Erdogan, ter gelegenheid van de door hem opgezette tentoonstelling in het Gallo-Romeins museum in Tongeren, een tentoonstelling die meer dan 300 000 bezoekers lokte. Hij was ook de curator van de Europalia-tentoonstelling over Turkije in Bozar waar hij de Turkse President mocht verwelkomen.
Naast zijn onderzoekswerk gaf hij nog 20 uren les per week, waaraan hij tot laat in de nacht werkte. Talrijk waren de doctoraatsthesissen die hij mede promootte en bijstuurde. “Archeologie probeert een maatschappij te reconstrueren in al haar aspecten” zei hij. Hij bleef zijn ervaringen op papier zetten. In 2013 ging Marc Waelkens op welverdiend emeritaat (pensioen van een hoogleraar, red.), hij keek ernaar uit want er waren nog zoveel plannen. Hij werd enorm enthousiast over uitgebreid koken, mooi gedekte tafels, bloemen, echte vrienden ontvangen, luisteren naar Leonard Cohen, vliegtuigen spotten en Rome.
Verleden jaar, bijna terzelfdertijd met de opkomst van de corona-epidemie, kreeg Marc het verdict van een ongeneeslijke ziekte te horen. Het werd een lastige noot om kraken. “Maar nu ik ziek ben, zal je me niet horen klagen: ik heb een fantastisch leven gehad, dat is niet iedereen gegund, iedere nieuwe dag zie ik als een geschenk. Niemands pad gaat over rozen, wat telt is hoe je er mee omgaat” Hij stierf thuis op zondag 21 februari ll. Marc Waelkens leefde voor de wetenschap, hij wàs wetenschap. Marc werd in familiale intimiteit begraven in de abdij van Park te Heverlee bij Leuven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *