Het gebeurde op de vijfde dag

God de Vader verveelde zich steendood. Overal engeltjes die voor Hem op de knieën zakten en “Hosanna” zongen. Aanvankelijk vond Hij dit leuk, maar ’t begon Hem nu toch de keel uit te hangen.
“’k Ga iets maken. Iets scheppen, ja, Ik word Schepper !” dacht Hij. Hij nam zijn schop en schepte, schepte, schepte tot Hij een grote bol verkregen had. Hij zag dat het goed was en Hij noemde de bol ‘aarde’.
Die avond viel Hij als een blok in slaap, zo moe was Hij. In jaren had Hij immers geen spade meer in zijn handen gehad, maar hij was ‘kontent’ van zijn eigen.
De volgende dag vond Hij de aarde niet terug want het was er pikkedonker. Daarom plaatste Hij de zon aan de hemel en liet ze schijnen. Het werd klaar en Hij noemde dit ‘licht’. En klik, de zon ging uit en dat noemde Hij ‘duisternis’.
Heel de nacht had het geregend, gegoten met bakken tegelijkertijd. En toen God de Vader opstond was heel zijn aarde een grote modderpoel. “Dat kan niet zijn,” dacht Hij. Hij nam terug zijn schop en schepte al het water samen in grote plassen, zodat het op de rest van de aarde droog werd. Waar het droog was noemde Hij ‘land’ en waar er water was noemde Hij ‘zee’.
De volgende dag plantte Hij heel de aarde vol met bloemen, bomen en struiken. En ieder plantje kreeg een eigen geur en een eigen kleur. De aarde leek een paradijs.
Hij kreeg er maar niet genoeg van. Op de vijfde dag zorgde Hij voor dieren. Ook in allerlei kleuren en maten. Exotische dieren waren voor Afrika. En in het water liet hij vissen zwemmen en in de lucht mochten vogels rondfladderen.
En vooraleer naar bed te gaan wou Hij nog een heel klein diertje maken, een virusje in de vorm van een kroon. Maar oeps, ’t viel uit zijn handen, zo klein was het. “Oei, dat wordt een misbaksel, ‘k zal het moeten hermaken” dacht Hij, maar dat lukte niet meer, Hij was het kwijt geraakt.
De zesde dag. “Vandaag de kers op de taart, mijn meesterwerk !” Hij nam zijn tijd om een ‘mens’ te maken en Hij wou hem maken naar zijn beeld en gelijkenis. Daarom keek Hij nog eens goed in de spiegel vooraleer eraan te beginnen. Twee, drie keer moest Hij herbeginnen vooraleer het lukte. Maar eindelijk was ’t zo ver. De mens kon lopen, springen, babbelen, lachen en schreien. Hij noemde hem ‘Adam’. Daarna kwam Eva, ook zij zag er schitterend uit. God stuurde hen de weide wereld in en gaf als opdracht mee : “gaat en vermenigvuldigt u”. Deze opdracht vervulden ze plichtsgetrouw. Ze kweekten als konijnen en stilaan zwermden mensen uit over heel de aarde en zo kwamen ze ook terecht in ‘Waregem’. Ze bouwden er huizen en café’s, scholen en kerken, winkels, fabrieken en boerderijen. Ook een ziekenhuis en het pand en zelfs een boulevard.
Maar ondertussen had ‘het misbakselke’ dat God op de avond van de vijfde dag had geschapen, broertjes en zusjes gekregen, ook neven, nichtjes, kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen. En ze kweekten verder, nog rapper dan de konijnen. Ze hielden zich stil totdat ze met velen waren. En dan kwamen ze te voorschijn in het land van de spleetogen. En ze begonnen de mensen te ambeteren. Ze namen de tram, de trein, het vliegtuig en nog veel meer en zo gingen ze de wereld rond en zo kwamen ze ook terecht in Waregem. En toen werd het er heel stil. Zelfs op de Biest viel niet veel meer te beleven. Iedereen werd bang en bleef in zijn kot. In het SOB en in de kerk werd het heel rustig. Gelukkig zorgden de kinderen van de Don Bosco school voor afwisseling. Het doet me zo’n deugd als ik het jonge volkje hier in mijn buurt bezig zie.
Maar gelukkig waren er ook heel slimme mensen die, net zoals Panoramix, een magische cocktail konden brouwen. Een prikje met het mysterieuze vocht in je arm en je hoeft niet meer bang te zijn van dat onzichtbaar beestje, je mag je kot terug verlaten, je hoeft niet meer te tellen hoe groot je bubbel is en je mag je geliefden weer knuffelen.
Iedereen komt aan de beurt voor de prik, een beetje geduld nog, voorkruipen zal niet lukken.
En, als jullie eenmaal het prikje hebben gehad, verwacht ik weer animo op het kerkplein en kunnen de verenigingen hun activiteiten hervatten. Goeie moed nog enkele maanden en dan kunnen jullie er ten volle in vliegen. Ik zal supporteren.
Vele groetjes van de roddelende klokkentoren