GR129, wandelen dwars door België

Eind 2020 begonnen we aan een tocht dwars door België: de GR129. Een wandeltocht die ons zal leiden van Brugge in het noordwesten tot Aarlen in het zuiden van ons land. In een vorige editie van ’t Biesteneirke kon je lezen hoe we onze 7de etappe afwerkten. Starten deden we in Bergen, de provinciehoofdstad van Henegouwen. In 2015 werd deze stad ook even gekroond tot culturele hoofdstad van Europa. Sedertdien kent de stad een sterke heropleving. Ook wij konden tijdens onze tocht genieten van haar mooie steegjes en verrassende plekjes. Eindigen deden we in Solre-sur-Sambre, een klein dorpje aan de oevers van de Samber. Deze rivier zullen we vandaag nog vaak tegenkomen en zal als een rode draad doorheen onze etappe kronkelen. Ook mogen we ons aan meer hoogtemeters verwachten in vergelijking met vorige etappes.

étappe 8: Solre-sur-Sambre – Gozée (27 km)

Solre-sur-Sambre is in deze periode van het jaar getooid in prachtige herfstkleuren. De zon schijnt volop en geeft een warme gloed aan het landschap. In het water van de Samber wordt het kleurenplaatje nogmaals uitgebreid gereflecteerd. Wat een positieve energie om aan deze etappe te beginnen. In dit kleine dorpje bevindt zich bovendien een kasteel met historische waarde. Het kasteel van Solre-sur-Sambre dateert van omstreeks 1400 n. Chr. Het werd gebouwd om het graafschap Henegouwen te beschermen tegen Frankrijk en het prinsbisdom Luik. Heden is het in privébezit en helaas niet open voor publiek. Hoewel we nog maar aan onze eerste kilometers zijn begonnen, houden we even halt om een aantal mooie beelden van het kasteel vast te leggen.
We gaan vervolgens op pad richting Labuissière. We komen in een weids landschap terecht. Links en rechts van ons akkervelden, waarvan sommige wel tot de horizon lijken te reiken. Bij slecht weer zouden we hier amper beschutting kunnen vinden. Gelukkig is de zon nog steeds van de partij. Eenmaal terug in de bewoonde wereld worden we via een smal kronkelend pad langs huizen en achtertuinen gebracht tot aan ons herkenningspunt van de dag, de Samber. In het centrum van Labuissière bevindt zich een sluis en een ophaalbrug. Het cafeetje op de hoek is helaas niet open om 2 fervente wandelaars een koffiepauze te gunnen.
We wandelen weg van het centrum van Labuissière en komen al snel terug op landelijke paden. Bij het ingaan van een strook door bosgebied, wordt onze aandacht getrokken naar een wit bordje ‘CHASSE: PASSAGE INTERDIT’. Het is de eerste maal op onze tocht dat we geconfronteerd worden met de jacht. Daar zullen we vanaf nu vaker rekening mee moeten houden. Het jachtseizoen in Wallonië loopt van augustus tot ca. half februari. De aangekondigde activiteit vindt evenwel pas morgen plaats, zodat wij niet hoeven te vrezen voor lijf en leden.
Vervolgens brengen de GR-wegwijzers ons naar het jaagpad langs de Samber. Op een aantal sportievelingen na zijn er weinig mensen te bespeuren. Geen drukte, geen gedoe. Er mogen wel meer van dit soort passages zijn. We kronkelen mee met de rivier tot we plots steil omhoog het bos worden ingestuurd. Daar zijn de aangekondigde hoogtemeters ineens. Van zodra we de juiste hoogte hebben bereikt, worden we op onze route geflankeerd door de oude abdijmuur van Lobbes. Overgroeid door wortels en takken. De muur staat nog recht, maar van de abdij blijft helaas zo goed als niets meer over. Ze werd vernield door de Franse revolutionairen in 1794. De muur eindigt bij het oude poortgebouw, een van de weinige restanten van de glorieperiode van weleer. Het centrum van Lobbes is inmiddels dichtbij. Tijd voor onze middagpauze. We hadden gehoopt om ons op te warmen in een plaatselijke horecazaak, maar onze zoektocht is tevergeefs. We nemen dan maar plaats op een bankje met zicht op het oude gemeentehuis. Het herdenkingsmonument naast ons herinnert aan de inwoners van Lobbes die zijn omgekomen of vermist in WOI en WOII. Vlakbij bevindt zich ook de Sint-Ursmaruskerk. Deze kerk werd gebouwd in de 9de eeuw en wordt aanzien als het oudste nog bestaande kerkgebouw van België.
Met de zon inmiddels diep achter de wolken en de dalende temperatuur kunnen we niet lang blijven zitten. Tijd om opnieuw naar de Samber te trekken. De etappe heeft nog heel wat moois voor ons in petto. Eerst volgt een korte passage langs de Samber om vervolgens opnieuw een pad steil omhoog te worden ingestuurd. Het brengt ons naar het bos van Waibes. Een prachtig stukje natuur. Wanneer het bos zich even verderop opent, krijgen we bovendien een mooi vergezicht op de stad Thuin. Een stadsbezoek stond niet op het programma, maar zou naar het schijnt meer dan de moeite waard zijn. Thuin is een kleine stad van middeleeuwse oorsprong. Het Belfort torent boven de stad uit en staat op de lijst van werelderfgoed. Het meest in het oog springend zijn de hangende tuinen. De terrasvormige tuinen werden oorspronkelijk gebouwd om de rotshellingen te beschermen tegen erosie en vormen een soort groene buffer voor de stad. Ze worden verbonden door geplaveide steegjes waar je als bezoeker een unieke wandeling kan maken. Zowel de tuinen als de geplaveide steegjes werden erkend als uitzonderlijk erfgoed. Tegenwoordig herbergen de tuinen ook een kunstroute waar je kennis kunt maken met de stad en haar verleden.
We trekken intussen dieper het bos in. Het voelt aan als een oase van rust en toch zou hier in de nabije omgeving ooit zware industriële activiteiten hebben plaatsgevonden. Te midden de natuur ligt het kleine dorpje, Hourpes, die aan deze geschiedenis doet herinneren. Het voelt vreemd aan dat in ons dichtbevolkte land mensen zo afgelegen kunnen wonen. Het station van Hourpes zou bovendien het rustigste station van België zijn. Volgens metingen in 2017 telde het station gemiddeld amper 9 reizigers per weekdag. De desolate ligging trekt helaas ook mindere fraaie klanten aan. In de jaren ’80 werden in de nabije omgeving misdaadwagens gedumpt door de Bende van Nijvel.
Ons eindpunt ligt in Gozée. Om dit dorp te bereiken mogen we eerst nog een fraaie boswandeling maken. We beginnen met een stevige klim. Die extra hoogtemeters kunnen er nog wel bij. Rechts van ons in de diepte stroomt de Samber door de Vallei van de Vrede. We vinden het vreemd niet meer wandelaars aan te treffen. We treffen mooie wandelpaden aan in een uitgestrekt bos. Af en toe leent zich de mogelijkheid om een blik te werpen op de vallei. Er zijn ook rustbankjes voorzien waar je rustig kunt genieten van het uitzicht.
Wanneer we uiteindelijk de rand van het bos bereiken, dalen we af in de vallei. We betreden het grondgebied van Gozée. In dit dorp bevindt zich het hoogtepunt van onze dagetappe, de Abdij van Aulne. De abdij werd – althans volgens de legende – gebouwd in de 7de eeuw in opdracht van de struikrover Landelinus. Na de dood van een van zijn kompanen kwam de rover in berouw en liet als boetedoening verschillende abdijen in de buurt bouwen. Hij trok zich terug en leefde voortaan als kluizenaar. De abdij van Aulne kende afwisselende periodes van glorie en verval. In 1794 raakte ze zwaar beschadigd door de Franse revolutionairen. Inmiddels wordt het gebouw beetje bij beetje teruggenomen door de natuur. De muren worden overwoekerd door het groen. Schoonheid in verval. Tegenwoordig kan je een bezoekje brengen aan de abdij en genieten van het lokale abdijbiertje in een van de horecazaken in de nabije omgeving. Voor ons betekent dit inmiddels het einde van onze dagtocht. Wat zich aankondigde als een van de mooiste etappes van de GR129 heeft absoluut de verwachtingen waargemaakt. We hebben echter nog veel wandelkilometers te gaan om Aarlen te bereiken. Wordt vervolgd…

Beelden van onze 8ste etappe kunnen worden gevonden op mijn YouTube kanaal. Surf naar www.youtube.be en typ in de zoekbalk “Maxime Korber” om mijn kanaal te vinden. Als u een rechtstreekse link wil naar het filmpje van onze 8ste etappe, kunt u volgende URL gebruiken: https://youtu.be/dBjftmggSEw