Corona door de ogen van verpleegkundige Carine

Toen men mij enkele dagen geleden vroeg om een artikel te schrijven voor het lokaal krantje ’t Biesteneirke over mijn ervaring als ziekenhuisverpleegkundige in coronatijden, heb ik toch enige tijd getwijfeld over de vraag.  Ik wilde niet de zoveelste verpleegkundige zijn die in de media nogmaals haar verhaal doet.

Maar gaandeweg zat ik toch met een aantal zaken in mijn hoofd en het neerpennen hiervan zorgde voor een zekere rust.

De dagen vóór de eerste Covid-19-patiënt toekwam in ons ziekenhuis (O.-L.-Vrouw van Lourdesziekenhuis, nvdr) was iedereen al druk bezig met de voorbereidingen, het reorganiseren en het klaarmaken van de cohort afdelingen.  Dat zijn de afdelingen waar de besmette patiënten zullen verblijven.  We zagen de toestanden in  Italië.  Hun intensive care afdelingen zijn doorgaans pioniers en goed georganiseerd, dus de beelden die wij van daaruit zagen verontrustten ons dermate.

De spoeddienst werd verdeeld in een Covid en een non-Covid zone, ook de intensieve zorg werd opgesplitst.  Er werden drie afdelingen intensieve zorg gemaakt, twee voor Covid patiënten en één voor niet-Covid patiënten.  De voorbereiding van deze nieuwe diensten was zeer arbeidsintensief, een heleboel materiaal moest verplaatst worden en ook grote ladingen nieuw materiaal moest een plaats krijgen.  Sommige collega’s ontpopten zich tot ware organisatoren van grote evenementen.

Iedere ziekenhuismedewerker was van hetzelfde gedacht: “We staan ervoor en we moeten erdoor !”

Iedereen kampte met dezelfde vragen en angsten.  Hoeveel patiënten zullen er binnenkomen ?  Hoe ziek gaan ze zijn ?  Zullen hier nu werkelijk mensen aan sterven ? Hoelang gaan we op deze manier moeten werken ?  Hopelijk worden we zelf niet ziek… zullen wij ooit weer goed kunnen slapen ?

De patiënten moesten wennen aan ons, die onherkenbaar in pantsers tot bij hen kwamen.  Wij moesten ook wennen aan hen, de coronapatiënt, waar iedereen van ons een andere voorstelling over had.

Naast onze werkgerelateerde zorgen, hadden wij ook angst om ons gezin en familie.  Er was de angst, als ouders, voor onze kinderen omdat we beide als verpleegkundige in het ziekenhuis werken. We gingen een onzekere, lastige tijd tegemoet.

Gaandeweg vond iedereen zijn weg  in onze sterk veranderde werkomgeving, we leerden werken met nieuwe collega’s.  We waren dolblij als we onze eigen collega’s kort zagen voor of na onze shift. Ik verwonder mij er steeds over hoe we terug verlangen naar onze eigen, vertrouwde omgeving. 

We staan er niet alleen voor, iedereen is gemotiveerd en werkt aan hetzelfde doel,  de patiënt genezen zodat hij terug naar huis kan.

Naast onze fantastische artsen en dulle verpleegkundigen zijn ook de mensen van het onderhoud niet te onderschatten, zij werken ook lange shiften om alles terug te poetsen en klaar te maken om de volgende patiënt te ontvangen.  Het keukenpersoneel verwent ons met een extra gerechtje. De directie houdt ons via de Covidflash op de hoogte van de stand van zaken.  Iedere ziekenhuismedewerker is even belangrijk en je voelt een zekere solidariteit, om het even welke functie, rang of stand.

Ook in je gezinsleven vind je een zekere structuur en rust terug.

Met een kotstudent die nu thuis is en een puber van 15 is dit niet evident.  Ik ben trots op mijn dochter die de bewuste vrijdag weigerde naar een lockdownfeestje met haar vrienden te gaan, trots op mijn zoon die met zijn creatieve talent mij telkens terug verbaast.  Trots op mijn echtgenoot die nu in een andere functie nachtdienst werkt.  Ook trots op mijn ouders die thuisblijven en onverstoorbaar hun tuinhuis blijven uitkuisen, trots op mijn broer die zorgt voor aangepaste kinderactiviteiten op de Biest, trots op mijn zus die niet klaagt over het feit dat ze op 2 april niet kon beginnen op haar nieuw werk, trots op mijn oma van 97 jaar die thuis bijna geen volk meer ziet maar blijft zeggen: “Binnen 14 dagen zal het al veel beter zijn…”

Hoelang deze toestand nog zal duren weet niemand.

Één ding is zeker, deze crisis zal nog lang een diepe indruk op ons nalaten.  En niet enkel bij de zorgverleners.

Toen de golf van terroristische aanslagen ons enkele jaren geleden overspoelde, was ik de eerste om te zeggen: “We laten ons niet afschrikken !”  Ik was toen sterk verontwaardigd over de angst die er heerste tegenover personen van vreemde origine, die velen als een gevaarlijke vijand zagen.

Maar nu heb ik wel schrik van de vijand, namelijk het onzichtbare virus.

Nu zeg ik wel: “Blijf in je kot en hopelijk komen we er met zijn allen niet te vroeg uit !”

Hou jullie allen gezond en… dank aan de vele Biestenaren die om 20 uur buitenkomen om te applaudisseren voor de zorg !  Tof !

Carine Verhaeghe & collega’s IZ 1, 2 en 3

Noot van de redactie : Carine werd in januari door de directie van het O.-L.-Vrouw van Lourdesziekenhuis gehuldigd voor 25 jaar dienst.  Proficiat !

Carine staat links op de foto naast Nancy, een van haar vele collega’s van de dienst Intensieve Zorg

One Reply to “Corona door de ogen van verpleegkundige Carine”

  1. Carine
    Ik ben blij dat je dat artikel geschreven hebt. En petje af voor jullie werk in de kliniek. Proficiat met je 25 jaar dienst en vele groeten aan de familie en vooral aan oma Suzanne!
    Marie-Ann

Comments are closed.